31 oktober 2018
Artikel

‘Het octrooi’ in een juridische procedure bestaat niet

‘Het octrooi’ in een octrooiprocedure is niet statisch. Gedurende de procedure voor de (Nederlandse) rechter kan de octrooihouder zijn octrooi aanpassen om zo zijn positie te versterken. Dit betekent dat het octrooi waar de procedure mee begon vaak verschilt van het octrooi waar de rechter zich uiteindelijk over uitspreekt.

Hoe dit in zijn werk gaat staat hieronder omschreven.

Hulpverzoeken

De octrooihouder kan in een procedure zijn Nederlands octrooi of Nederlands deel van een Europees octrooi steeds verder beperken als de geldigheid wordt aangevallen. Dit kan gebeuren in een nietigheidsprocedure die een derde is begonnen, of tijdens een door de octrooihouder geïnitieerde inbreukprocedure waarbij door de wederpartij een nietigheidsverweer wordt aangevoerd. In beide gevallen kan de octrooihouder (voorwaardelijke) hulpverzoeken instellen. Een voorwaardelijk hulpverzoek houdt in dat, mocht de voorwaarde vervuld zijn dat de rechtbank het octrooi nietig vindt, de octrooihouder dan de conclusies van het octrooi beperkt. De octrooihouder herschrijft en beperkt dan de conclusies van het octrooi en geeft aan hoe de gewijzigde conclusies de gestelde nietigheidsargumenten ondervangen.

De aangepaste conclusies dienen natuurlijk ook te voldoen aan de eisen van octrooieerbaarheid; waaronder nieuwheid en inventiviteit. Anders kan het geen geldig octrooi zijn. Het doel van de octrooihouder is de conclusies van het octrooi zodanig te beperken dat de ingestelde nietigheidsvordering niet toegekend wordt, en dat het octrooi in gewijzigde vorm in stand kan blijven. De octrooihouder kan meerdere hulpverzoeken indienen. Er wordt algemeen aangenomen dat vijf stuks is toegestaan, al is er geen harde grens bekend uit de rechtspraak.

Overigens heeft de beperking van conclusies in hulpverzoeken in inbreukprocedures ook gevolgen voor de inbreukvraag. De octrooihouder kan immers niet zijn octrooi beperken om het in stand te kunnen houden en dan ook inbreuk vorderen gebaseerd op de oude, bredere, versie van het octrooi. Dat zou meten met twee maten zijn.

Noch de wet noch de rechtspraak bevatten veel handvatten voor het indienen van hulpverzoeken. Er is bijvoorbeeld geen vaste termijn waarbinnen de hulpverzoeken moeten worden ingediend. De rechtspraak toont dat de octrooihouder de wederpartij er niet mee mag overvallen, aangezien deze dan zou worden geschaad in zijn verdediging. Bovendien kan het indienen van hulpverzoeken in hoger beroep ook in strijd zijn met het procesrecht: als dat zo is zijn hulpverzoeken niet toegestaan.

Afstand

Een andere, verdergaande maatregel die de octrooihouder kan nemen is het afstand doen van het octrooi. Dit kan als de inschatting is dat de kosten van het verdedigen van het octrooi niet op wegen tegen de te verwachten baten van het in stand houden van het octrooi. Indien de octrooihouder dit doet is er geen octrooi meer in Nederland en kan dit octrooi niet meer worden ingeroepen.

Strategie voor octrooihouder

Indien een octrooihouder betrokken raakt in een procedure over de geldigheid van het octrooi is het van belang te anticiperen op het verwachte succes van nietigheidsargumenten. Daartoe zal de octrooihouder, althans zijn advocaat en octrooigemachtigde, steeds moeten bekijken of hij de conclusies dient te beperken. Hierbij zal in een inbreukprocedure ook rekening moeten worden gehouden met de gevolgen van mogelijke beperkingen voor de inbreukvraag.

Terug