11 september 2020
Artikel

Modernisering octrooiwet? – Een oppositieprocedure?

Artikel 4 van de reeks 'Modernisering octrooiwet'

Op dit moment regelt de Rijksoctrooiwet 1995 dat verlening van Nederlandse octrooien niet afhangt van het resultaat van een inhoudelijke toetsing. Nederlandse octrooien bieden vanwege de snelle verlening een mogelijkheid om ook snel tot handhaving over te gaan. Recentelijk is een proces gestart om te kijken of de Rijksoctrooiwet op enkele punten verbeterd kan worden. Een van de doelen is het toegankelijker maken van het systeem, waarbij in het bijzonder de toegankelijkheid van het Nederlandse octrooi voor het midden- en kleinbedrijf (mkb) en startups een aandachtspunt is. Een van de voorstellen is het invoeren van een oppositieprocedure.

Oppositie biedt voor derden de gelegenheid om de verlening van een octrooi te betwisten. Wanneer een oppositiedivisie van de octrooiraad als gevolg daarvan tot het oordeel komt dat een octrooi niet geldig verleend is, dan wordt een octrooi in beschermingsomvang beperkt of zelfs vernietigd. Dergelijke procedures bestaan op dit moment wel voor Europese octrooien en op nationaal niveau in een aantal landen, maar niet in Nederland. Wanneer iemand in Nederland nu geconfronteerd wordt met een (voor hem of haar hinderlijk) octrooi, dan is deze partij voor het nietig verklaren van dit octrooi aangewezen op een adviesprocedure, gevolgd door een gang naar de rechter.

Een voordeel van een oppositieprocedure is dat deze doorgaans technischer en dus inhoudelijker van aard, korter van duur en daarbij vaak goedkoper en toegankelijker is dan de huidige Nederlandse nietigheidsprocedure. Daarnaast zou men kunnen stellen dat een octrooi dat een oppositie doorstaat een grotere waarde heeft dan een octrooi waarvan de verlening onafhankelijk is van het toetsingsresultaat. Een nadeel is dat de invoering van een oppositiemogelijkheid nadelig kan zijn voor de snelheid waarmee kan worden gehandhaafd.

Vormgeving van Nederlandse oppositieprocedure
In het vormgeven van deze mogelijke oppositieprocedure zijn er nog wel een aantal beleidskeuzes. De eerste betreft de duur dat oppositie ingesteld kan worden. In Europa kan oppositie worden ingesteld gedurende 9 maanden na de publicatie van verlening van het octrooi. Enerzijds ligt het voor de hand om ook in Nederland een dergelijke termijn aan te houden. Anderzijds overweegt men om dit in Nederland anders te regelen vanwege de opzet van de Nederlandse procedure. In Nederland valt de verlening vaak samen met de publicatie. Dit vindt 18 maanden na de indiening plaats en tot die tijd is de aanvrage niet openbaar. In Europa wordt een aanvrage 18 maanden na indiening gepubliceerd, waarna de aanvrage een traject van inhoudelijke behandeling doorloopt, voordat octrooi verleend wordt. Dit betekent dat de tijd waarin een derde kennis heeft kunnen nemen van een Europees octrooi effectief bijna altijd langer is. Om die reden gaan er ook stemmen op voor een langere oppositiemogelijkheid in Nederland, mogelijk zelfs gedurende de hele looptijd van het octrooi. Daar staat tegenover dat iedere verlenging van de oppositietermijn wel een vermindering van de rechtszekerheid voor de octrooihouder betekent. Gelet op het verschil in de verdere procedure, zal een besluit mogelijk ook samenhangen met het al dan niet invoeren van een inhoudelijke behandeling in de Nederlandse procedure.

De tweede beleidskeuze betreft de vraag of er voor een dergelijke oppositieprocedure aansluiting gezocht zou moeten worden bij de oppositiegronden zoals die ook al in Europa gelden, of dat er nog aanvullende gronden zouden moeten worden gehanteerd. Op dit moment zijn de duidelijkheid (clarity) van een verleend octrooi en eenheid van uitvinding (unity) geen oppositiegronden in een Europese oppositieprocedure. Tegelijkertijd zijn dit juist aspecten die een oppositieprocedure potentieel complexer en daarmee langduriger en kostbaarder zouden kunnen maken. Tevens rijst dan de vraag of Europese octrooien die verleend zijn in Nederland ook aan een dergelijke oppositieprocedure onderworpen moeten kunnen worden.

Al met al is de algemene conclusie dat oppositie de waarde van een Nederlands octrooi kan verhogen, terwijl het ook het bezwaar maken tegen een verlening toegankelijker maakt. Toch blijven er nog genoeg vragen over, zoals de vraag hoe dit precies ingevuld gaat worden, en hoe dit systeem zich zal gaan verhouden ten opzichte van de bestaande Europese oppositieprocedure.

Terug